gebouw is robuust

Laatst bijgewerkt 18-06-2025
5 Toekomstwaarde > 5.3 Klimaatadaptiviteit > 5.3.4 Fysieke bestandheid tegen klimaatverandering

Gebouw is robuust

Het fysieke gebouw is bestand tegen de risico’s van klimaatverandering. Er is rekening gehouden met de lokale situatie. Mogelijke risico’s zijn: hoge temperaturen, grote temperatuurschommelingen, hoge windsnelheden, hevige neerslag, overstromingen, verdroging van de bodem, bodemdaling en aardschokken.

Voorbeelden van maatregelen zijn:

  • het gebouw bevat geen onderdelen die kunnen losraken bij rukwinden
  • bij de detaillering is rekening gehouden met uitzetten en krimpen als gevolg van hittegolven of temperatuurschommelingen
  • bij de fundering is rekening gehouden met een zeer lage grondwaterstand als gevolg van droogte

Toelichting op criteria

Voorbeelden ter verduidelijking:
Als houten palen, dan fundering op voldoende diepte om paalrot bij lage waterstand te voorkomen.

Daken kunnen bij harde wind geheel of gedeeltelijk uit de structuur van een gebouw worden getild. Om dit te voorkomen, kunnen eenvoudige verbeteringen worden aangebracht, zoals het verbeteren van de bevestigingen voor dakpannen, leien en nokken. Adequaat bevestigingsmateriaal wordt aanbevolen, liever schroeven dan spijkers. Hoekijzers en hoekankers helpen om het dak aan de muren van een gebouw te bevestigen, om daarmee opwaaien te voorkomen.

Bliksemafleiders bij hogere gebouwen: Onweersbuien met bliksem kunnen brand en kortsluiting veroorzaken. Bliksemafleiders leiden de stroom van een blikseminslag naar de aarding in de grond van een gebouw.

Voldoende dilataties om scheurvorming te voorkomen (bij bodemdaling, ongelijke zetting)

Koele materialen toepassen op daken en gevels tegen oververhitting (hoog albedo, lage warmteaccumulatie): Over het algemeen warmen lichte materialen minder op dan donkere materialen. Let op de SRI (Solar Reflectance Index) van een materiaal. Door materialen met minder massa te kiezen, zoals hout en andere poreuze materialen die warmte minder accumuleren, blijven het oppervlak en de directe omgeving koeler. De opwarming van het gebouw vermindert door betere weerkaatsing van zonlicht. Dit vermindert de energievraag voor koeling van het gebouw.

Passieve luchtstroom door het gebouw voor ventilatie (zomernachtventilatie tegen oververhitting)

Groene daken en (bladverliezende) groene gevels kunnen biodiversiteit bevorderen en lawaaioverlast en oververhitting verminderen. Leveren ook een bijdrage aan vasthouden water, voorkomen droogte (microklimaat).

Dakoverstekken voorkomen oververhitting

Maatregelen tegen overstroming, zoals hoge drempels, optillen gebouw, waterkerende afwerking, waterbestendige materialen.

Definities

Bewijslast

Bronnen en referenties

zie voor de klimaatrisico’s www.klimaateffectatlas.nl.

Overzicht wijzigingen

  • Datum:

uitleg wijziging

  • Datum ouder:

uitleg wijziging ouder